Een kleine-dieren-tuin
Eigenlijk is je tuin ook een dierentuin. Zoek maar eens onder een steen, tussen bladeren, in de grond of in de composthoop. Allerlei kleine diertjes kom je tegen. Vang er maar eens een paar in een bakje en bekijk ze met een loep.
Een vreemde naam heeft de pissebed. Die is familie van de kreeften en houdt veel van vochtige plekjes. Net als kreeften en vissen halen ze adem door kieuwen. Pissebedden eten plantenrestjes.
Oorwurmen zien er een beetje eng uit met twee tangen aan hun achterlijf. Toch vallen ze reuze mee. Soms knabbelen ze aan bloemen, zoals dahlia’s, maar ze eten vooral plantenrestjes. Oorwurmmoeders zorgen voor hun kleintjes.
Duizendpoten hebben maar zestien poten in plaats van duizend. Het zijn echte rovers die andere kleine beestjes opeten.
In de grond komen nog veel meer kleine diertjes voor. Ze zijn onmisbaar als voer voor vogels en padden. Ook maken ze mest en plantenresten fijn. Diertjes om zuinig op te zijn!
Oorwurmpotje
Een oorwurmpotje kun je makkelijk maken van een stenen bloempotje. Buig een stuk ijzerdraad dubbel en vouw er een flinke pluk hooi of stro tussen. Houd het potje op z’n kop en steek het ijzerdraad erdoor. Hang het potje op.
