Pieperstek: De regenworm

De regenworm

Regenwormen zijn prima tuinlieden. Door hun gegraaf woelen ze de grond om. Ze trekken blaadjes in de grond en eten die op. In de uitgepoepte restjes zit veel voedsel voor de planten. Door de gegraven gangetjes kan het regenwater makkelijk de grond in. Als je veel regenwormen hebt is dat een goed teken. Heb je er niet zoveel dan kun je het beste zorgen voor een laagje blad op de grond. Ze komen dan vanzelf!

Wormen zijn mannetje en vrouwtje tegelijk, ’hermafrodiet’ noemen we dat. Toch paren twee wormen met elkaar. Vaak kun je een verdikking zien zitten op de worm. Dat heet de ring. Daarin worden de eitjes gelegd. Vervolgens wordt de ring afgeschoven en in de grond gelegd. Later kruipen de jonge wormpjes te voorschijn.

Ooit een worm gehoord? Zoek een mooie, grote worm. Leg die op een krant en wacht tot hij gaat bewegen. Luister goed. Het zachte geritsel wordt gemaakt door de borstelige haren aan de achterkant van z’n lijf. Daarmee kan hij zich ook schrap zetten in z’n gang. Vergeet niet om de worm weer terug te zetten!

vormgeving en realisatie: ezoffice.nl - copyright © 2009