Slakken
Slakken zijn leuke beesten. Toch denkt niet iedereen er zo over, want slakken eten graag jonge plantjes, vooral met regenachtig weer.
Er zijn twee groepen slakken: huisjesslakken en naaktslakken. Met droog weer kruipen huisjesslakken tegen een tak, maken de ingang van hun huisje dicht en wachten af. Naaktslakken kruipen weg in de grond.
In de grond leggen slakken groepen eitjes. Die zien eruit als kleine, doorzichtige bolletjes. Het jonge slakje moet een hele poos groeien. Zoek maar eens wat huisjesslakken, je kunt ze vinden van piepklein tot heel groot.
Eigen glijbaan Slakken hebben een brede ’voet’ waarop ze lopen. Aan droge grond hebben ze een hekel. Daarom maken ze slijm, zodat ze over hun eigen glijbaan glijden. Vaak kun je dat slijmspoor zien, let er maar eens op.
Laat maar eens een huisjesslak over het raam of over een glasplaatje lopen. Je kunt dan goed de onderkant met het slijmspoor bekijken. Als de slak zich veilig voelt zie je ook z’n voelsprieten. Wist je dat z’n ogen in z’n voelsprieten zitten? Ogen op steeltjes!
