Pieperstek: Zelf compost maken

Zelf compost maken

CompostvatenCompost kun je heel goed zelf maken. Afval uit de keuken en de tuin wordt in ongeveer een jaar verwerkt door diertjes in de compost. Belangrijke werkers zijn wormen en pissebedden, samen met een heleboel andere kleine diertjes.

Een composthoop houdt van afwisseling en van ‘niet te’. Niet te weinig materiaal, niet teveel van hetzelfde, niet te droog, niet te nat enzovoorts.

Een compostvat is makkelijk om mee te werken en ziet er netjes uit, maar een rekje van gaas tussen paaltjes gaat ook goed.

Compost maken met een compostvat:

  • Zoek een plek in de schaduw waar je goed bij kunt.
  • Leg op de bodem wat takken, die zorgen voor extra lucht.
  • Probeer een emmer compost met wormen erin van iemand anders te krijgen, daarmee krijg je je eigen hoop het beste aan de gang.
  • Begin met een laagje groenteafval uit de keuken.
  • Daarop mogen een paar handen tuinafval.
  • Dan weer keukenafval.
  • Strooi dan de compost uit de emmer daar weer over.
  • Dan weer wat tuinafval.
  • Keukenafval en zo ga je laag voor laag door.
  • Als het in de zomer een beetje stinkt dan dek je het keukenafval af met een dunne laag aarde uit de tuin.
  • Kortom: afwisseling en laagjes maken.

Als alles goed gaat kun je na een jaar de eerste compost aan de onderkant uit het vat scheppen. Vaak is het nog een beetje grof, als je het zeeft heb je prima compost om tussen de planten te strooien, of te gebruiken bij het planten.

Compost bevat voedsel maar houdt ook goed vocht vast. Voor droge grond is compost heel geschikt.

Hieronder zie je wat je wel en niet op de composthoop mag gooien:

Wel Niet
 koffieprut   Aardappelschillen (niet op de moestuin i.v.m. ziekten)
 groenteafval  Koolresten (niet op de moestuin i.v.m. ziekten)
 Eierschalen (liefst fijngemaakt)  Gekookte etensresten (kan ratten aantrekken)
 Grasmaaisel (kleine beetjes)  Visresten (gaat stinken)
 Afgeknipte planten (kleingemaakt)  Kattenbakkorrels (verteert niet of slecht)
 Blad (kleine beetjes, evt. aparte hoop maken)  Takken (te groot, alleen onderin voor lucht)
 Uitgebloeide bloemen  Sinaasappelschillen (verteren slecht)
   Wortelstokken van kweek, heermoes en zevenblad (kans dat je ze opnieuw verspreidt)
   Frituurvet (wordt een vieze klont)

Compostwormen
De hardste werkers in de composthoop zijn de wormen, er zitten vaak dikke kluwens in. De gewone regenwormen wonen liever in de tuin en komen niet in de composthoop. De wormen in de composthoop zijn dunner en roder dan regenwormen. Ze worden in het Latijn Eisenia foetida genoemd, in het Nederlands ook wel tijgerwormen.

vormgeving en realisatie: ezoffice.nl - copyright © 2009