Oogstfeest
Pompoenen oogst je in de herfst als het steeltje er rimpelig uit gaat zien. Snijd de pompoen af maar laat een stukje steel zitten. Voorzichtig behandelen.
Je kunt ze voor de sier buiten neerleggen maar je kunt er beter soep van koken. Lekkere bewaarpompoenen zijn groene en oranje ’Hokkaido’.
Aardappels ’rooi’ je als het loof begint te verdorren. Met droog weer gaat dat het gemakkelijkst. Gebruik een riek met platte tanden en maak de aarde voorzichtig los. Graaf met je handen zoveel mogelijk aardappels op. Controleer, als je denkt dat je klaar bent, met de riek nogmaals. Vaak komen er dan nog heel wat piepertjes te voorschijn.
Sla en andijvie oogst je zodra ze mooi groot zijn. Pak de krop aan de onderkant beet en draai een paar keer. De krop komt vanzelf los. Let op, want bij warm weer kunnen ze opeens ’doorschieten’ en gaan bloeien. Ze zijn dan niet lekker meer om te eten.
Uien kun je oogsten als het loof bruin is. Trek ze uit de grond en laat ze een dag in de zon drogen. Daarna kun je bosjes knopen en ophangen of een mooie uienstreng vlechten.
Bietjes en zomerwortels oogst je als ze net zo groot zijn als in de winkel. Oogst alleen wat je nodig hebt en maak de grond weer dicht. De rest kun je dan later oogsten.
