Zuinig met water
Kraanwater is iets om zuinig op te zijn. Het kost veel energie om het schoon te maken en naar de huizen te vervoeren. Bovendien wordt een deel van het kraanwater opgepompt in bosrijke streken. Hoe minder dat hoeft hoe beter voor de natuur.
Als het goed is hebben je planten prima wortels en zit er voldoende water in de grond. Dan is water geven niet nodig. Maar ja, soms is het lang droog, hebben jonge plantjes toch water nodig of wil je graag je nieuwe gieter uitproberen. Dan kun je best water geven, maar doe het op een slimme manier.
Watertips:
- Zet planten in je tuin die goed tegen de omstandigheden kunnen, dus geen waterlelie in de zandbak en geen cactussen in de vijver...!
- Als de bodem gauw droog wordt, zorg er dan voor dat de bodem zoveel mogelijk bedekt blijft. Bijvoorbeeld door bodembedekkende planten, stro of cocosdoppen (tuincentrum). Dat zorgt ervoor dat er zo min mogelijk water verdampt.
- Geef niet in de felle zon water, dan verdampt er heel veel.
- Maak een klein dijkje om planten heen, zodat het water niet meteen wegstroomt. - Probeer regenwater op te vangen.
- Als je sproeit, dan liever een keer veel, dan vaak weinig. Let op dat het water niet wegloopt de straat op.
Voor de gek gehouden Veel planten proberen je voor de gek te houden. Als ze in de felle zon staan hangen ze slap, vooral rode bietjes doen dat gauw. Je hóórt ze om water roepen. Let op, het slap hangen is een truc om minder water te verdampen. Na een uurtje in de schaduw staat de plant er weer vrolijk bij. Soms is dat niet zo, geef dan wel water.
Waterspelletjes
Met water kun je leuk spelen, maar met weinig water ook! Doe maar eens een bodempje water in een pot of emmer. Breek wat stukjes paardebloemstengels af, scheur ze een beetje in en leg ze in het water. Even wachten...gebeurt er al wat? Paardebloemstengels zijn hol, je kunt er ook mooie waterleidingen van maken. Wie maakt de langste?
Kijk ook eens rond in de tuin als het pas geregend heeft. Sommige planten zoals vrouwenmantel hebben ’kabouterdiamantjes’. Dankzij de aanwezige haartjes blijven regendruppels op het blad liggen. Kaardenbol heeft z’n eigen ’badkuip’. De bladeren staan zo tegen elkaar aan dat er een badje bij de stengel ontstaat.
Zet eens een vogelbadje, een wijde, platte schaal, in de tuin. Liefst op een verhoging, dat is veiliger vanwege de poezen. Kijk eens welke vogels een badje nemen en hoelang ze daarmee bezig zijn. Laat het badje ’s winters als het vriest niet buitenstaan.
